Soortenbescherming

Soortenbescherming

Dieren en planten worden door de wet als waardevol gezien en mensen moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Deze soortenbescherming vindt plaats via de Wet natuurbescherming, die uit drie beschermingsregimes bestaat: de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en ‘andere soorten’.

Dieren en planten worden door de wet als waardevol gezien en mensen moeten daar zorgvuldig mee omgaan (zorgplicht). Handelingen waarvan iemand weet of kan vermoeden dat ze schadelijk zijn voor soorten of hun directe leefomgeving moeten achterwege worden gelaten. Wanneer achterwege laten redelijkerwijs niet mogelijk is, moeten er maatregelen worden genomen om de schade te voorkomen dan wel te beperken (zie Art. 1.11 lid 2 Wet natuurbescherming).

De Wet natuurbescherming kent drie soorten beschermingsregimes. De eerste gaat over vogels die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn van de Europese Unie, de tweede betreft soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn van de Europese Unie en de laatste omvat andere soorten. Welke soorten onder de ‘andere soorten’ vallen wordt per provincie vastgesteld. De soorten die in Utrecht beschermd zijn, zijn hier terug te vinden (PDF).

Wanneer door het uitvoeren van een activiteit of ruimtelijk plan een verbodsbepaling uit de wet wordt overtreden, moet daarvoor een ontheffing worden aangevraagd. De provincie kan ontheffingen verlenen. In bepaalde situaties moet de bevoegde minister ontheffing verlenen. Ontheffingen worden alleen verleend als ze voldoen aan een aantal voorwaarden. Als eerste kijkt de overheid of er een andere bevredigende oplossing mogelijk is. Is dat niet zo, dan kijkt men of het initiatief voldoet aan een van de in de Wet natuurbescherming genoemde redenen (een ‘wettelijk belang’). Welke redenen dit zijn verschilt per beschermingsregime. Ontheffing voor de bescherming van soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn is minder mogelijk dan die voor andere soorten. Als het initiatief voldoet aan een wettelijk belang, dan moet ook worden aangetoond dat het initiatief met de bijbehorende verzachtende maatregelen geen negatief effect heeft op de ‘gunstige staat van instandhouding’ van de soort.

Kortom, het stappenplan voor een verlenen van een ontheffing is als volgt:

Stap 1: is er een andere bevredigende oplossing?

Stap 2: is er een wettelijk belang?

Stap 3: heeft de ontheffing negatieve gevolgen voor de gunstige staat van instandhouding?

Beschermingsregime Het is verboden om:
Vogelrichtlijn
  • Vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen
  • Nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten weg te nemen
  • Eieren te rapen en deze ‘onder zich te hebben’
  • Vogels opzettelijk te verstoren (tenzij dit niet van grote invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogel)
  • Vogels (dood of levend) of (gemakkelijk) herkenbare delen daarvan te verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of ten verkoop aan te bieden
Habitatrichtlijn
  • In het wild levende dieren beschermd onder deze richtlijn opzettelijk te doden of te vangen
  • Deze dieren opzettelijk te verstoren
  • Eieren van deze dieren opzettelijk te vernielen of te rapen
  • De voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen
  • Planten van soorten beschermd onder de richtlijn in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, of te vernielen.
Andere soorten
  • In het wild levende (andere) dieren beschermd door de Wet natuurbescherming te doden of te vangen
  • De voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen
  • Vaatplanten van de soorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tags:

Voor meer informatie:

Profiel Nicolette Buiter

Nicolette Buiter

Juridisch medewerker RO & milieu