Verslag kennissessie: rol van waterstof voor de Utrechtse energietransitie

juli 31, 2019

Verslag kennissessie: Wat kan waterstof betekenen voor de Utrechtse energietransitie?

Waterstof wordt vaak gezien als dé oplossing voor onze energiebehoefte. Maar hoe zit het nou echt? Gaat waterstof onze huizen verwarmen in de toekomst? De Regionale Energiealliantie (REA) organiseerde op 21 juni 2019 een kennissessie over dit onderwerp voor ambtenaren en bestuurders uit de provincie Utrecht. Doel was om hen op weg te helpen in het ontwikkelen van een warmtevisie. Deze middag vond plaats bij de Green Village, een proeftuin en vrijstaat in Delft, waar allerhande innovatieve duurzame oplossingen getest worden. Het is een regelvrije zone onder de Crisis en Herstelwet, waardoor allerlei experimenten in dit gebied mogelijk zijn.

Josja Veraart, NMU en voorzitter van de regionale energiealliantie (#REA), leidde in met de vragen van vanmiddag: Wat is de rol van waterstof in de energietransitie, met name in de gebouwde omgeving. En wat is de rol van waterstof in de regio Utrecht? In deze sessie gaan we op zoek naar antwoorden ook om te kijken of en, zo ja, hoe we vanuit het Utrechtse aansluiten bij landelijke trajecten.

Zofia Lukszo (TU Delft): mogelijkheden voor flexibiliteit

Professor Zofia Lukszo van de faculteit techniek, bestuur en management in Delft gaf een inleiding over de energietransitie en de mogelijkheden voor waterstof. De energietransitie is een structurele verandering van het energiesysteem, inclusief veranderingen in het economische, sociale en ecologische systeem. Het koppelen van de verschillende sectoren (kracht, warmte, mobiliteit) is nodig om tot efficiënte oplossingen van de toekomst te komen. Daarnaast is een ‘multi-layersysteem’, waarin ontwerp en uitvoering (operatie) samengaan, nodig. Het toekomstige energiesysteem verandert van een systeem waarin de productie van energie de ‘regelknop’ is naar een systeem waarin consumenten de ‘regelknop’ bedienen.

Flexibiliteit in het energiesysteem is nodig om de productie bij te sturen. De cruciale vraag is: “Waar halen we deze flexibiliteit vandaan?” Het inzetten van waterstof biedt mogelijkheden om de benodigde flexibiliteit in het systeem te kunnen ondersteunen. Bovendien is het belangrijk naar de totale systeemkosten te kijken van een nieuw energiesysteem. Waterstof is interessant omdat de benodigde infrastructuur er al ligt zodat de extra kosten voor infrastructuur beperkt zijn.

Professor Lukszo liet voorbeelden zien van hoe verschillende energiesystemen elkaar kunnen ondersteunen om de benodigde flexibiliteit te bereiken, zoals een waterstofwindturbine en een waterstofauto die ook dienstdoet als energiecentrale voor het huishouden. Zie hiervoor de presentatie van prof. Lukszo (PDF). 

Sabine Jansen (TU Delft): kijk naar duurzaamheid van hele keten

“Waterstof is een energiedrager en geen primaire warmtebron. Er moet dus altijd eerst andere energie bij om waterstof te kunnen produceren.” Dr.ir. Sabine Jansen van de faculteit Bouwkunde laat ons een vergelijking tussen een paar manieren naar aardgasvrije gebouwen zien en wat de ruimtelijke impact daarvan is als dit duurzaam moet worden opgewekt. Het op duurzame wijze opwekken van de benodigde elektriciteit voor groene waterstof voor de gebouwde omgeving gaat ons in Nederland alleen niet lukken. Het blijft daarom sowieso belangrijk om allereerst de energievraag van gebouwen te reduceren. Daarnaast pleit ze ervoor om als we waterstof gaan importeren goed naar de duurzaamheid van de hele keten te kijken, bijvoorbeeld de keuze tussen een individuele brandstofcel en collectieve brandstofcellen. Komende decennia ziet ze waterstof niet als basisenergiedrager in de gebouwde omgeving. Het kan wel een goede manier zijn voor het opvangen van piekvermogen. Zie de hand-out van dr. ir. Jansen (PDF).

Albert van der Molen (Stedin): volop experimenteren

Tot slot vertelde Albert van der Molen, (Stedin), over de experimenten die Stedin uitvoert met waterstof in de gebouwde omgeving. Deze zijn gestart vanuit het doel om het bestaande gasnet een second life te geven. Stedin laat nu een analyse uitvoeren van 3500 buurten in het Stedinverzorgingsgebied, om een beeld te krijgen van wat, maatschappelijk gezien, de aanpak per buurt zou kunnen worden. Dit hebben ze uitgevoerd middels drie verschillende modellen (CE Delft, Quintel en PBL) om de robuustheid van de uitkomsten te kunnen testen. Er zullen buurten zijn waar het het meest logische is om het huidige gasbuizenstelsel te benutten, met een duurzame vorm van gas. Er zullen ook buurten zijn waar pas in 2045 duidelijk wordt wat daar gaat gebeuren.

Stedin is volop aan het experimenteren met nieuwe oplossingen. Op Ameland hebben ze een project met Duurzaam Ameland waar bij 20% waterstof toegevoegd wordt aan aardgas. In Rozenburg hebben ze van 2013-2018 een proef gedaan met synthetisch aardgas. Nu, 2018-2023, zijn de netbeheerders (Alliander, Enexis en Stedin) samen bezig met een nieuwe proef met 100% waterstofgas. Op 5 december 2019 zal Stedin een openingsbod doen voor de warmtetransitie.

Albert van de Molen ziet de energietransitie als een grote puzzel, waarbij we beginnen, stap voor stap dingen laten zien en dan ontdekken waar we tegen aan lopen. Deze hobbels moeten we gaandeweg de energietransitie oplossen. De tip van Albert is: ‘’Ga in je eigen tempo aan de slag met isoleren. Benut ook de natuurlijke momenten, zoals een verbouwing, om deze no-regret maatregelen te nemen.” Zie ook zijn presentatie (PDF).

Inzichten

In de discussie na afloop van de presentaties werden de volgende inzichten gedeeld:

  • Duurzaam geproduceerde waterstof is voor de lange termijn energietransitie een energiedrager om rekening mee te houden, mits er een goede analyse komt van de duurzaamheid van de hele keten (dus inclusief transport van bijvoorbeeld waterstof van de ene naar de andere plek).
  • Maak geen hype van waterstof: over het algemeen geldt dat er meer wijken niet geschikt zullen zijn voor waterstof dan dat er wijken wel geschikt zullen zijn.
  • We hebben heel veel ervaring met waterstof, vroeger gebruikten we namelijk stadsgas. Deze kennis kunnen we veel meer benutten.
  • Er zijn nog veel hobbels te nemen bij de wet- en regelgeving rondom het toepassen van waterstofgas. Stedin doet de experimenten juist om ook op dit vlak te leren.
  • We moeten de kansen van waterstof beschouwen op mondiale schaal; het zal ergens anders moeten worden gemaakt waar groene elektriciteit volop beschikbaar is.
  • Onderzoek de alternatieven voor de buurten en ga met de meest robuuste buurten (in alle scenario’s is energievoorziening X de beste) aan de slag.
  • Ga eens langs bij de huizen die nu op Funda staan: daar is het natuurlijke moment om een aantal stappen van de verduurzaming van de gebouwde omgeving te maken.
  • Stedin en TU Delft gaan samen kijken hoe ze het openingsbod van Stedin nog verder kunnen verduurzamen.
  • Let op dat de discussie over waterstof niet een remmende werking heeft op het nemen van maatregelen. Voorlopig is waterstof niet de oplossing. Het inzicht dat waterstof maar beperkt inzetbaar is, is essentieel in deze discussie.
  • Ook de sociale aspecten die in deze discussie een rol spelen zijn voor Stedin interessant om mee te nemen in hun openingsbod, naast duurzaamheid.

Tips

De presentaties en hand-outs op deze pagina zijn geplaatst met goedkeuring en onder verantwoordelijkheid van de betreffende sprekers.

Tags:
Profiel Katrin Larsen

Katrin Larsen

medewerker energietransitie en warmte