Natuur en Milieufederatie Utrecht | NMU Samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
Menu
Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Nut en noodzaak van windenergie staan regelmatig ter discussie. Voor wie goed beslagen ten ijs wil komen, hierbij een lijst met veel gestelde vragen en de antwoorden daarop. Zie ook de Veelgestelde Vragen op de landelijke pagina Wind op Land, onze visie op windenergie en informatie over de impact van windmolens.

Wat is duurzame energie?

Duurzame energie is energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld.
Onder duurzame energie verstaan we alle bronnen van energie die oneindig of ‘hernieuwbaar’ zijn, oftewel niet opraken. Wind, zon, biomassa, aardwarmte en waterkracht zijn vormen van duurzame energieopwekking. Olie, (schalie)gas en steenkolen zijn fossiele brandstoffen, zijn eindig en niet duurzaam.

Waarom is duurzame energie nodig?

Wereldwijd stijgt de temperatuur van de aarde, als gevolg van menselijk handelen. Hierdoor worden mensen elders op de wereld rechtstreeks in hun voortbestaan bedreigd, door overstromingen, droogtes en/of hitte. Over het algemeen wordt aangenomen dat een temperatuurstijging van meer dan 2 graden Celsius desastreuze gevolgen heeft voor mens en dier. Om hier een halt aan toe te roepen, wordt wereldwijd gezocht naar mogelijkheden om een verdere opwarming te voorkomen.

De belangrijkste manier om de verdere opwarming tegen te gaan is verminderen van gebruik van fossiele brandstoffen, enerzijds door energiebesparing en anderzijds door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame energiebronnen. Onze huidige energieproductie is voornamelijk georiënteerd op fossiele brandstoffen en speelt daarmee een belangrijke rol in de uitstoot van broeikasgassen. Duurzame energie (DE) is energie die geen of een kleinere negatieve impact heeft op het klimaat en in principe oneindig ter beschikking staat.

Naast het klimaatprobleem zijn er ook andere redenen om in te zetten op de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Olie en gas zullen de komende eeuw steeds schaarser worden. De economische afhankelijkheid van de olie producerende landen wordt daarmee nog groter. Duurzame energie afkomstig van wind en zon brengt een grotere onafhankelijkheid van andere economische regio’s met zich mee.

Het is beter om energie te besparen, daarmee bereik je veel meer.
De NMU is groot voorstander van energiebesparing, daarmee valt veel winst te boeken. De realiteit is echter ook dat er altijd energie nodig zal zijn.

Waarom wordt niet meer gedaan aan andere energiebronnen, zoals zon en biomassa?

Andere bronnen kunnen eveneens een goede bijdrage leveren een duurzame energie. Ook is forse energiebesparing nodig. De bijdrage van windenergie is echter van substantieel belang.

Grootschalige elektriciteit-, warmte- en brandstofproductie uit biomassa is moeilijk duurzaam te krijgen en nog in ontwikkeling. Bovendien vergt het veel ruimte om biomassa te verbouwen, in Nederland is onvoldoende ruimte om hiermee voldoende energie op te wekken. Bij verbouwing van biomassa in het buitenland, is duur transport nodig wat bovendien weer energie kost. Bovendien kan het telen van biomassa ten koste gaan van de voedselproductie.

Kleinschalige windturbines voor de gebouwde omgeving zijn ook nog in ontwikkeling en relatief duur. Zonneboilers hebben een (huidige) terugverdientijd van circa 10 jaren en zijn concurrerend met fossiele brandstoffen, zij wekken echter geen elektriciteit op maar leveren duurzame warmte. Warmtepompen worden vanwege de rentabiliteit al veel toegepast in de utiliteitsbouw. Zonne-energie opgewekt door zonnepanelen is sterk in opkomst, maar momenteel nog duurder dan windenergie per opgewekt vermogen. Overigens is voor huishoudens de prijs van zonne-energie wel laag (vanwege saldering). Op dit moment is windenergie de meest efficiënte en goedkoopste vorm van opwekken van duurzame energie.

Wat is het voordeel van windenergie?

Windenergie is een vorm van duurzame energie, het raakt nooit op en is schoon. Dit in tegenstelling tot fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool. Op dit moment is Europa voor 50% afhankelijk van de import van deze fossiele brandstoffen, deels uit politiek instabiele landen. Als er niets verandert, neemt onze afhankelijkheid de komende decennia toe tot 70 à 80%. Dat vormt een bedreiging voor onze economische groei en stabiliteit. Bovendien raken deze fossiele brandstoffen op. Om ook in de toekomst onze energiebehoefte veilig te stellen, is het van belang alternatieve technieken voor energieopwekking te ontwikkelen.

Windenergie is de schoonste en beste optie als het gaat om het verminderen van de CO2-uitstoot. Deze broeikasgassen ontstaan vooral door verbranding van fossiele brandstoffen. Ook besparen de huidig opgestelde windmolens de komende jaren 100 tot 200 miljoen euro aan brandstofkosten. Tegen 2020 bedraagt die besparing meer dan een miljard euro per jaar. En het rendement van windmolens neemt steeds toe terwijl de kosten dalen.

Waarom wil de NMU dat ook in Utrecht windenergie opgewekt wordt, het kan toch ook ergens anders?

We hebben in Nederland alle locaties en alle duurzame energiebronnen nodig, willen we kans maken om onze energie duurzaam op te wekken en aan de doelstellingen te voldoen. Duurzame energie is hét instrument voor een effectief klimaatbeleid.

In windrijke gebieden levert een windturbine de meeste elektriciteit, bijvoorbeeld aan de kust of op de Noordzee. Daar staan dan ook verreweg de meeste windmolens. Verder het binnenland in, levert diezelfde turbine minder elektriciteit, omdat het minder vaak en minder hard waait. Het waait echter nog altijd genoeg om de elektriciteit van veel huishoudens op te wekken. Utrecht heeft voldoende wind om windmolens veel elektriciteit op te laten wekken. Dat komt ook omdat de nieuwste windmolens hoog zijn, in de hogere luchtlagen is er meer wind.

Hoeveel windenergie wordt opgewekt in Nederland?

In 2012 stonden in Nederland 1.888 windturbines op land, samen een vermogen van 2.206 MW (bron CBS). Alle windturbines bij elkaar leveren jaarlijks ongeveer 4,2 miljoen MWh elektriciteit. Dat is ruim 4 procent van alle elektriciteit die in Nederland wordt verbruikt (huishoudens, industrie, verkeer etc.). Omgerekend naar huishoudens is het genoeg stroom voor ongeveer 1,5 miljoen huishoudens. Het totale windvermogen (incl. op zee) is 2.431 MW en goed voor ca. 40% van de Nederlandse productie van hernieuwbare elektriciteit.

Wat is de doelstelling van de provincie Utrecht?

De provincie Utrecht heeft in juni 2013 de afspraken met het Rijk over de provinciale doestelling opnieuw vastgesteld en opgehoogd naar 65,5 MW in 2020. Dat is 1,1% van de landelijke doelstelling wind op land en de laagste doelstelling van alle provincies. Dit gebeurde in het kader van de Rijksvisie Wind op land. De doelstellingen van 50 MW in het BLOW-convenant (oud) en van 60 MW in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 -2028 zijn vervallen. Ook het SER energieakkoord handhaaft de 6000 MW op land en zet verder in op 4450 MW op zee. Op dit moment is slechts 15 MW in Utrecht gerealiseerd.

Rekening houdend met milieu- en veiligheidsvoorwaarden en met de belangen van natuur en landschap, is plaats voor ruimschoots 65,5 MW aan vermogen in de provincie Utrecht. Die 65,5 MW is onderdeel van het tussendoel voor vermindering van de CO2-uitstoot in 2020. De EU wil in 2020, 7% van de energie uit wind opgewekt zien en 14% duurzame energie. De rijksoverheid heeft als doelstelling 14% duurzaam opgewekte energie in 2020 en 16% in 2023 (SER).

Hoeveel windenergie wordt nu opgewekt in de provincie Utrecht?

Op dit moment (september 2013) staan er in de provincie Utrecht 8 grote molens die samen 15 MW opwekken. Bij Lopik staan 3 windturbines die elk 2 MW opwekken, in gemeente De Ronde Venen op bedrijventerrein Mijdrecht staan nog 2 windturbines die samen de 3 MW opwekken.

In Houten, langs het Amsterdam Rijnkanaal, staan 3 windmolens, met totaal 6 MW. De provincie heeft afspraken met het Rijk voor het opstellen van 65,5 MW aan vermogen aan windmolens in 2020.

Waait het in Utrecht wel hard genoeg?

In windrijke gebieden levert een windturbine de meeste elektriciteit, bijvoorbeeld aan de kust of op de Noordzee. Daar staan dan ook verreweg de meeste windmolens. Verder het binnenland in, levert diezelfde turbine minder elektriciteit omdat het minder vaak en minder hard waait, maar nog altijd genoeg om de elektriciteit van veel huishoudens op te wekken. Utrecht heeft voldoende wind om windmolens veel elektriciteit op te laten wekken.

Hoeveel elektriciteit levert een windmolen eigenlijk?

Een windmolen van de huidige generatie, van 3 MW, levert per jaar 6.000.000 tot 7.500.000 kWh aan elektriciteit op. Met één zo’n turbine kan voor zo’n 1.800 tot 2.200 huishoudens elektriciteit worden opgewekt.
Voor een snelle berekening kunt u het volgende hanteren:

  • 1 MW levert elektriciteit op voor 600 huishoudens;
  • Een klein windpark van 3 turbines (9 MW) levert al voldoende elektriciteit voor 5.400 huishoudens, genoeg voor 12.000 inwoners

Hoe bereken je het vermogen, Megawatts en vollasturen?

Een turbine heeft een zeker vermogen, waarmee het energie produceert. Het generatorvermogen van een windturbine geeft aan wat de turbine maximaal kan produceren. Meestal is de productie lager omdat de omstandigheden niet optimaal zijn. Het waait niet altijd en soms is onderhoud nodig. Een turbine van 1.000 kW (1 MW) die op vollast draait gedurende een uur, produceert 1.000 kWh stroom.
Hoeveel stroom levert zo’n turbine per jaar? Daarvoor moeten we weten hoe vaak en hoe hard het waait en hoe sterk de turbine dan wordt aangesproken. Het is gangbaar om de hoeveelheid tijd die een turbine draait terug te rekenen naar zogenaamde ‘vollasturen’. Het aantal vollasturen is als gemiddelde een grove maat. Het aantal vollasturen hangt af van de combinatie van locatie, turbine, ashoogte en rotordiameter. Het aantal vollasturen voor de huidige generatie turbines ligt op ca. 2.200; voor oudere en/of minder windrijke locaties ligt het aantal rondom de 1.800 vollasturen. Ashoogte en rotordiameter bepalen mede het aantal vollasturen. Gemiddeld levert 1 MW windvermogen dus 1 MW x 2.000 uur = 2.000 MWh aan elektriciteit op per jaar.

Passen windmolens wel in het landschap?

Het argument dat de openheid van het landschap wordt aangetast door windmolens, onderschrijft de NMU ten dele. Windmolens zijn vanzelfsprekend zichtbaar, maar dat betekent niet automatisch dat ook de openheid van het hele landschap zal worden aangetast. Het is sterk afhankelijk van de afstand tot de windmolen hoe goed het zichtbaar is. Dichterbij (onder drie kilometer) is het goed zichtbaar, verderaf zijn de molens vaak wel zichtbaar maar niet beeldbepalend in het landschap. Ook zal op wat grotere afstand er relatief vaak een obstakel het zicht op de molen blokkeren, zoals bijvoorbeeld bebouwing of bosjes.
Zorgvuldige studie naar de beste plaats om windmolens te plaatsen blijft echter nodig. De NMU pleit voor de bouw van windmolenparken bij bestaande hoofdinfrastructuur en industrieterreinen (zie de visie van de Natuur en Milieudefederaties).

Bovendien is mooi en lelijk een relatief begrip. Veel mensen vinden windmolens niet lelijk. Zij zien het als een positief baken voor een schone en duurzame toekomst. Het effect op het landschap hangt sterk af van de plaats en de opstelling.

Onder welke voorwaarden ziet de NMU ruimte voor windmolens?

De Natuur en Milieufederaties (waaronder de NMU) hebben twee grondbeginselen geformuleerd (lees volledig rapport). Dit zijn:

Grondbeginsel 1: Geconcentreerde windkracht
Geconcentreerde windkracht gaat uit van het concentreren van windturbines. Dat kan op locaties van verschillende omvang, maar altijd in landschappen die daarvoor geschikt zijn. Op de lange termijn zijn alle windturbines geplaatst in concentratiegebieden en is de rest van het land vrij van windturbines (dit zijn vides).
Grondbeginsel 2: natuurwaarden zijn uitgangspunt bij elk windpark
Windturbines kunnen op vele plaatsen gerealiseerd worden. Specifieke natuurwaarden hangen nauw samen met de kwaliteiten in een bepaald gebied en kunnen vaak niet elders gerealiseerd worden. Daarom is het tweede belangrijke grondbeginsel dat natuurwaarden op specifieke locaties van groter belang zijn dan de realisatie van een windpark.

Waar ziet de NMU ruimte voor windmolens?

In 2009 hebben De Natuur en Milieufederaties  de visie ‘Geconcentreerde Windkracht in de Lage Landen’ gemaakt, samen met en Stichting Natuur en Milieu. Lees het rapport. 

Deze visie is gemaakt als input voor de Ruimtelijke Verkenning Wind op Land die het Rijk maakt.

Verder gaf de NMU haar visie op duurzame energie in de provincie Utrecht in het rapport ‘Duurzaam Opgewekt‘ (2011).

Windmolens en vogels, gaat dat wel samen?

Windmolens hebben een effect op vogels, de volgende effecten zijn bekend:

  • Aanvaring: vogels kunnen zich doodvliegen tegen de wieken of tegen de mast. ’s Nachts of bij slecht weer is dat risico groter.
  • Barrièrewerking: vogels moeten omvliegen tijdens de trek of op weg naar hun leefgebied. Dit kost extra tijd en energie
  • Verstoring: vogels kunnen windturbines en de omgeving ervan gaan mijden. Daardoor worden die gebieden ongeschikt als voedsel-, rust- of broedgebied.

Uit rapporten van onder meer het Wereld Natuur Fonds blijkt dat windturbines slechts een klein deel van de vogelslachtoffers veroorzaken die door menselijk handelen om het leven komen. Naar schatting 1 tot 2 procent van het aantal dat door het verkeer wordt getroffen. Slachtoffers vallen in principe op iedere locatie, maar het effect is afhankelijk van de aanwezige soorten en de totale aantallen vogels ter plekke. Bij het plaatsen van windparken buiten beschermde vogelgebieden is verstoring door verlies of verandering van biotopen meestal geen belangrijke negatieve factor. De mate van verstoring hangt af van de locatie en de omvang van de projecten.

De barrièrewerking kan wel aanzienlijk zijn. De vogels hebben meer energie nodig voor het passeren van windturbines of gaan gebieden vermijden. Er wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen. Bij elk nieuw windmolenpark is grondig onderzoek naar de effecten noodzakelijk.

Het streven is uiteraard, zeker bij duurzame energie, om het aantal vogelslachtoffers zoveel mogelijk te beperken. Bij het ontwikkelen van een windpark wordt daarom altijd naar de vogelstand gekeken en naar de verstoring van de leefomgeving ter plekke. Windturbines mogen bijvoorbeeld niet gebouwd worden in vogelrijke gebieden. Vogelbescherming Nederland heeft de risico’s voor vogels in kaart gebracht in de Nationale Windmolenrisicokaart.

Windmolens en vleermuizen, gaat dat wel samen?

Over de effecten van windturbines op vleermuizen is nog niet zoveel bekend. Wel is al duidelijk dat vleermuizen meer last hebben van windturbines in bossen dan op open veld. En ze hebben vaker aanvaringen met grotere windmolens. Het rapport Vleermuizen en windenergie (VZZ, 2007) gaat dieper in op deze kwestie.

De experts zijn het eens dat windenergie een negatief effect kan hebben op (lokale) vleermuispopulaties. Het probleem van slachtoffers bij vleermuizen lijkt een groter effect te hebben dan bij vogels. Dit komt omdat er meer vleermuizen sterven en de populatie anders is. Er zijn aanwijzingen dat de gevolgen voor vleermuizen significant zijn als er meer vermogen wordt geplaatst.

Het streven is uiteraard, zeker bij duurzame energie, om het aantal slachtoffers onder vleermuizen zoveel mogelijk te beperken. Bij het ontwikkelen van een windpark moet daarom altijd naar het voorkomen van vleermuizen worden gekeken en het effect op de populatie bij plaatsing van windmolens.

Hoe lang gaat een windmolen mee?

Een windmolen heeft een gemiddelde levensduur van zo’n 20 jaar. Over 20 jaar, wanneer de windturbines vervangen zouden moeten worden, kan opnieuw bekeken worden of er behoefte is aan een nieuwe windturbine. Wellicht zijn er over 20 jaar andere vormen van duurzame energie beschikbaar. Eventueel kan de windturbine weer afgebroken worden, zonder schade aan het landschap achter te laten.

Hoe lang duurt het voor een windmolen is terugverdiend?

De hoeveelheid energie die nodig is om een windturbine te fabriceren, plaatsen, onderhouden en na twintig jaar te verwijderen, is in drie tot zes maanden terugverdiend (dit is afhankelijk van het type).
De kosten van een windturbine bedragen per MW vermogen ongeveer 1,5 miljoen euro. Het grootste deel van de kosten zit in de turbine zelf, maar ook ontwikkelkosten en aansluiting op het elektriciteitsnet dragen aan de totaalkosten bij. Bij een windpark van 15 MW komen de totale investeringskosten op circa € 22.500.000. De verdeling van de verschillende posten is als volgt:

  • Turbines 64,00%
  • Civiele werken 13,00%
  • Netaansluiting en elektrische infrastructuur 15,00%
  • Leges en vergunningen 2,00%
  • Financiering, verzekering en rente tijdens bouw 4,00%
  • Ontwikkelingskosten en projectmanagement 2,00%

Totale investering 100 % = € 22.500.000

 

Waarom plaatsen we niet alle windmolens in zee?

Windmolens in zee plaatsen is mogelijk en wordt ook gedaan. De bouw is echter gecompliceerd en op dit moment nog twee tot drie keer duurder dan op land. De fundering en plaatsing van een dergelijke molen is niet eenvoudig. Dicht langs de kust hebben we te maken met vogeltrekroutes. Verderop in zee kun je er lastig bijkomen. Offshore windturbines moeten daarom erg onderhoudsarm zijn en dat is nog niet het geval.
Ondanks dat het op zee veel harder waait en het daarom rendabeler lijkt om alle windturbines daar te plaatsen, is dat op dit moment nog geen optie. Toch zijn er ontwikkelingen op zee. Eind 2006 is een proefpark in bedrijf gegaan in Egmond aan Zee op ruim acht kilometer buiten de kust (36 turbines / 108 MW). Daarnaast is er het Prinses Amaliawindpark voor de kust van IJmuiden (60 windturbines /120 MW). Bij elkaar zijn deze parken goed voor de productie gelijk aan 225.000 huishoudens. De verwachting is dat op den duur veel windenergie rendabel op zee kan worden opgewekt. In het SER akkoord staat het voornemen om naast de 6.000 op land ook 4450 MW op zee te realiseren.

Wat merken omwonenden van windmolens?

Je ziet de windturbines in het landschap staan, maar je mag er geen overdreven last van hebben. Bij het plaatsen moet namelijk rekening worden gehouden met geluidshinder en schaduwhinder. De overheid heeft hiervoor strenge normen opgesteld. Ook van de draaiende rotorbladen mag je weinig merken. Oude en kleinere windmolens met 2 rotorbladen kunnen een onrustig beeld geven. Een hogere windturbine met 3 bladen hebben een grotere rotor die langzamer ronddraait. Deze komt rustiger over. Moderne windmolens gaan nauwelijks sneller draaien als het harder waait. Ze schakelen als het ware over naar een hogere versnelling, waardoor ongeveer één keer per seconde een rotorblad voor de mast langs draait.

Geluid: Windturbines zijn de helft van de tijd nauwelijks hoorbaar, in stedelijk gebied nog veel minder en slechts onder speciale omstandigheden. Als het zacht waait (onder windkracht 3), draait de turbine weinig en maakt hij (bijna) geen geluid. Als het hard waait (boven windkracht 6), neemt het achtergrondgeluid (van bijvoorbeeld wegen en blaadjes aan de bomen) sterk toe en wordt de turbine daardoor overstemd. Bij windkracht 3 tot 6 is de windturbine vaak wel hoorbaar. De normen voor de hoeveelheid geluid op de gevel (van nabij liggende woningen) worden weergegeven in dB(A). Dat is de maat voor de sterkte van het geluidsniveau, aangepast aan de gevoeligheid van het menselijk oor (vandaar de toevoeging ‘A’). Volgens de huidige regels mag een windmolenpark ’s nachts niet meer geluid maken dan 40 dB(A). Ter vergelijking: een gespreksniveau is 60 dB(A), een drukke verkeersweg op 100 meter afstand 80 dB(A) en een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte 100 dB(A).

 

Waarom staan windturbines soms stil?

Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Als het niet of nauwelijks waait, draait de turbine niet. Als het te hard stormt (vanaf windkracht 10) staan de meeste windturbines uit veiligheidsoverwegingen stil. Ze zijn niet ontworpen voor dergelijke windsnelheden. Overigens zijn er steeds meer nieuwe typen die dan wél kunnen doordraaien. Bij vochtig weer en vorst staat de windmolen ook stil, omdat aanvriezend ijs gevaar voor de omgeving kan vormen. Op de wieken zit een sensor die de windturbine automatisch stilzet als er ijs aangroeit of de wieken verwarmt. Een turbine kan ook stil staan vanwege onderhoud. De meeste, moderne windturbines kunnen meer dan 95% van de tijd gewoon draaien. Oudere windturbines zullen iets vaker stil staan omdat er meer onderhoud nodig is. En natuurlijk is er een aantal turbines die je nooit ziet draaien. Daar is dan iets bijzonders mee aan de hand. Ze zijn bijvoorbeeld buiten werking gesteld of het bedrijf dat ze neerzette is ermee gestopt.

 

Hoe veilig zijn windmolens?

Voorafgaand aan de plaatsing van de windmolens wordt een extern veiligheidsonderzoek uitgevoerd. Dit geeft uitsluitsel over het ‘inslaggebied’ van een eventueel losgeraakte wiek. In de praktijk blijkt dit gebied beperkt te zijn in omvang. De windmolen worden tevens automatisch stilgezet als een op de wieken gevormde ijslaag kan loslaten.

Wat zijn de effecten voor de gezondheid?

Voor zover bekend bestaan er geen korte- en/of langetermijneffecten voor de volksgezondheid. Bij ieder elektrisch apparaat (scheerapparaat, koelkast etc.) en elke draad waardoor elektriciteit loopt, is sprake van elektromagnetische straling. Aan de niveaus daarvan zijn normen verbonden. Windmolens voldoen aan die norm.
Er is veel (internationaal) onderzoek gedaan naar de elektromagnetische straling van onder andere elektriciteitscentrales en hoogspanningsleidingen. Hierbij is nooit aangetoond dat de elektromagnetische straling effect heeft op de gezondheid.

Sommige mensen menen dat het geluid dat windmolens maken effect kan hebben op de gezondheid. Het gaat dan om migraine, verstoring van de slaap en verstoring van het evenwichtsorgaan. Het RIVM heeft voorlopig geconcludeerd dat verstoring van de slaap door het geluid van windmolens kan optreden bij geluid met een sterkte van 45 dB(A) of hoger. Verder onderzoek hiernaar is nodig. De wettelijke norm is dat windmolens ’s nachts maximaal 40 dB(A) aan geluid mogen produceren.

Bronnen en meer informatie:

Nog meer vragen? Neem dan contact op met de NMU, Ieke Benschop.

Ieke Benschop
Energiebesparing, windenergie en CO2 Bank Utrecht
Telefoonnummer: 030 - 2567 355
i.benschop@nmu.nl
Video's
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten:
Inschrijven
Volg ons via social media en neem deel aan de discussie:
Wij worden gesteund door: Nationale Postcode Loterij en de Natuur en Milieufederatie Utrecht Utrecht
Wij hebben: CBF ANBI