Natuur en Milieufederatie Utrecht | NMU Samen voor een mooi en duurzaam Utrecht
Menu
Bewonersinitiatieven en groen: Q&A

Bewonersinitiatieven en groen: Q&A

Er zijn nog veel open vragen in de discussie over zelforganisatie van bewoners en groen. We hebben een poging gedaan om enkele vragen, die in discussies telkens weer terugkomen, te beantwoorden.

vragen

Vragen:

  • Burgerparticipatie, bewonersinitiatieven wat is het verschil?
  • Participatiesamenleving, energieke samenleving, wat betekenen die termen eigenlijk?
  • Wat zijn (in theorie) de verschillende samenwerkingsvormen tussen bewoners en gemeenten?
  • Zelfbeheercontracten – een makkelijke manier om tot een overeenkomst te komen?
  • Contact tussen gemeente en initiatiefnemers. Wat zijn de do’s en don’ts?
  • Hoe meer burgerinitiatief opsporen?
  • Gemeente stelt kwaliteitsdoelen, bewoners voelen zich beperkt. Wat gaat er mis?
  • Hoe ga je om met continuïteit?
  • Wat moet er veranderen binnen het ambtelijk apparaat?

Burgerparticipatie, bewonersinitiatieven, wat is het verschil?

Het rapporrt Meervoudige democratie, meer ruimte voor burgerinitiatieven in het natuurdomein, van de Universiteit Wageningen geeft hier een duidelijk antwoord op. Burgerparticipatie is het actief betrekken van burgers door overheden of grotere landschapsorganisaties bij projecten en doelen van de overheid. Burgerinitiatieven daarentegen zijn initiatieven die ontstaan in de samenleving en drijven op zelforganisatie. Bij een burgerinitiatief wachten burgers niet op een uitnodiging van de overheid, maar proberen ze op eigen houtje invloed te krijgen op de inrichting en/of het beheer van natuur en landschap. Burgerinitiatieven zijn het initiatief van burgers, boeren, ondernemers, lokale clubs, kleine maatschappelijke organisaties of kleine zelfstandige professionals (bureaus, kunstenaars etc.). In de praktijk is het onderscheid niet altijd even duidelijk, omdat er in bijna alle gevallen uiteindelijk samengewerkt wordt tussen burgers en overheid. Het rapport Meervoudige democratie, meer ruime voor burgerinitiatieven in het natuurdomein geeft trouwens ook een reeks interessante aanbevelingen voor overheden.

 

Participatiesamenleving, energieke samenleving, wat betekenen die termen eigenlijk?

Participatiesamenleving is een begrip waarover veel discussie is. Er wordt vaak verwezen naar de Troonrede van 17 september 2013, waarin gesteld werd dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Op Wikipedia wordt het begrip zo gedefinieerd: Participatiesamenleving of doe-democratie beschrijft een samenleving waarin iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leven en omgeving, waarbij de (landelijke) overheid geen of slechts een faciliterende rol speelt.

De participatiesamenleving wordt gezien als een positieve ontwikkeling waarin burgers meer ruimte krijgen en nemen om zelf hun leefomgeving vorm te geven. Maar na de troonrede ontstond ook veel kritiek op het begrip participatiesamenleving. Er werd bijvoorbeeld gesteld dat het begrip eigenlijk betekent: Zoek het zelf maar uit. Ook werd geopperd dat het een verhullende term is “voor verschraling van de voorzieningen ingegeven door de bezuinigingen”.

De term energieke samenleving is geïntroduceerd in een rapport van het Planbureau van de Leefomgeving van 2011. In dit rapport stelt het Planbureau van de Leefomgeving dat de in de maatschappij aanwezige creativiteit en innovatiekracht van burgers en bedrijven benut moet worden voor het vergroenen van de economie. Het PBL stelt vast dat een grote groep burgers en bedrijven het initiatief wil nemen om werk te maken van een prettige leefomgeving, maar daarbij gehinderd wordt door regels en procedures. Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet de energieke samenleving als kans om werk te maken van de duurzaamheidopgave. Hiervoor moeten initiatieven in de samenleving wel meer ruimte krijgen.

 

Wat zijn (in theorie) de verschillende samenwerkingsvormen tussen bewoners en gemeenten?

De nieuwe manier waarop burgers zich organiseren vraagt om een dynamischere benadering van overheidsrollen. Dit betekent dat er niet slechts één manier van doen is, maar verschillende vormen van zich opstellen tegenover de samenleving. Het schakelen tussen die rollen betekent dat zowel bewoners als ook gemeenten zich bewust moeten zijn dat er per casus gekozen kan worden voor verschillende vormen van samenwerken. Deze keuze heeft vervolgens gevolgen voor hoeveel zeggenschap en ook hoeveel verantwoordelijkheid de partijen hebben. Onduidelijkheden hierover leiden soms tot conflicten en verkeerde verwachtingen.

De raad van het openbaar bestuur onderscheidt in het rapport Loslaten in vertrouwen vijf overheidsrollen, waarbij de maatschappelijke context en dynamiek bepalend zijn voor de keuze. Deze rollen zijn loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren en reguleren.

In het Alterra-rapport Meervoudige democratie, meer ruime voor burgerinitiatieven in het natuurdomein benoemen wetenschappers van de universiteit Wageningen twee rollen die overheden bij burgerinitiatieven kunnen vervullen: overheidsparticipatie en co-creatie. Bij overheidsparticipatie geeft de overheid ruimte aan een initiatief en ondersteunt de doelen van het initiatief. Co- creatie betekent het gezamenlijk realiseren van doelen van de overheid en de bewoners op basis van gelijkwaardigheid en geven en nemen. Daarnaast hebben overheden soms geen rol bij burgerinitiatieven, vragen zij soms burgers om mee te doen met overheidsbeleid (burgerparticipatie) of willen zij burgers met beleid en wet- en regelgeving sturen (overheidssturing). Deze vijf rollen kunnen gelijktijdig voorkomen en kunnen elkaar afwisselen. Uiteraard zijn de vijf overheidsrollen in de praktijk niet zo strikt afgebakend. Zie onderstaande illustratie uit het rapport voor een overzicht.

Bron: Rapport Alterra, Meervoudige democratie, meer ruime voor burgerinitiatieven in het natuurdomein

Hoe dat in de praktijk uitpakt? Wellicht kan het beheer en aanleg van het Elisabeth Groen terrein in Amersfoort wel als overheidsparticipatie getypeerd worden. Hier werden de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de inrichting en het beheer van een stadspark door de gemeente overgedragen aan bewoners. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en de stichting gesloten. Hier lees je meer over dit voorbeeld.

 

Zelfbeheercontracten – een makkelijke manier om tot een overeenkomst te komen?

Bewoners willen een buurttuin beginnen, iemand wil voor zijn huis een geveltuin aanleggen, de gemeente doet beroep op bewoners om een park te beheren; in al deze situatie gaat het om zelfbeheer, het vrijwillig onderhouden van delen van de openbare ruimte door derden, niet door de overheid. Zelfbeheer is in de meeste gemeenten geregeld met een contract tussen de gemeente en diegene die het zelfbeheer doet. Deze contracten hoeven niet ingewikkeld te zijn en vaak is zelfbeheer dan ook een makkelijk manier om tot samenwerking te komen tussen gemeente en bewoners. Vooral als het gaat om kleinere stukken groen.

Hier vind je een voorbeeld van zelfbeheercontracten.

 

Contact tussen gemeente en initiatiefnemers. Wat zijn de do’s en don’ts?

Bewoners hebben vaak in eerste instantie een idee of een wens. Bijvoorbeeld het mooier maken van hun straat. Maar ze weten vervolgens niet hoe de samenwerking met de gemeente in zijn werk gaat, wat de mogelijkheden zijn en waar ze terecht moeten. Het is dus belangrijk dat deze informatie beschikbaar en makkelijk vindbaar is.

Het is niet nieuw dat goede communicatie essentieel is voor samenwerking. Een eerste stap hiernaartoe is goed gestructureerde informatie op de website van de gemeente. Bovendien zijn er in de laatste jaren veel procedures ontwikkeld om de praktijk van bewoners en overheid dichterbij elkaar te brengen. Bijvoorbeeld door het inzetten van een stadsmakelaar of het opzetten van verschillende vormen vaninitiatievenplatforms. Het is niet makkelijk te zeggen welke van deze aanpakken het beste werkt. De aanpak moet aansluiten bij de wensen en behoeften tussen gemeente en bewoners.

Een website of een loket is maar een deel van het verhaal. Daarachter moeten mensen zitten die makkelijk te benaderen zijn. Zorg voor goede contacten tussen bewoners en ambtenaren. Een veel gehoorde opmerking van bewoners is dat ze niet helemaal begrijpen hoe procedures binnen de gemeentes lopen en waarom bepaalde beslissingen genomen worden. Een menselijke overheid komt voort uit een meer communicatieve en informele opstelling. Dit betekent het gesprek aangaan ook buiten de formele momenten van samenwerking. Dit vraagt veel van de ambtenaar (en van de initiatiefnemer). Goed communiceren, afspraken op tijd nakomen en een open houding wordt net zo belangrijk als het voldoen aan regels en procedures.

Hoe meer burgerinitiatief opsporen?

Stel je wilt als gemeente ideeën opsporen en aansluiten bij wat mensen bezig houdt. Je wilt eigenlijk dat er meer initiatieven komen, maar je weet ook dat de overheid vooral niet moet proberen initiatieven zelf op te zetten.

Een gemeente kan wel de bestaande krachten meer ruimte geven en communiceren dat initiatieven uit de samenleving heel welkom zijn. Een mogelijkheid is het opzetten van een initiatievenloket waar mensen ideeën kunnen indienen. Daarnaast pleiten onderzoekers voor ‘mingling’:- maak persoonlijk contact met burgerinitiatieven, zonder meteen vanuit eigen doelen en agenda’s te denken. Zet niet eerst een campagne op waarin je kaders vastlegt maar ga op gelijkwaardige basis in gesprek en gedraag je niet bij voorbaat als regisserende of kader stellende partij. Als je in gesprek gaat ontmoet je de mensen waarmee je wellicht in de toekomst gaat samenwerken en ontstaat er vanaf begin begrip voor elkaars werkwijze. Het is ook een mogelijkheid om in informele gesprekken onderwerpen onder de aandacht te brengen en mensen te inspireren ideeën in te dienen.

Nog een belangrijk punt, of ze nu georganiseerd worden door de overheid of niet, betreft bijeenkomsten waarop initiatieven gepresenteerd worden. Een goed voorbeeld doet goed volgen. Bijvoorbeeld in een stadscafé waar ruimte is om buiten de formele vergaderingen met raadsleden in gesprek te gaan, of een initiatievenmarkt waar initiatiefnemers hun ideeën presenteren.

 

Gemeente stelt kwaliteitsdoelen, bewoners voelen zich beperkt. Wat gaat er mis?

Vaak nemen overheden, ondanks dat ze burgerinitiatieven meer ruimte willen geven, nog steeds een sturende rol in. Dit gaat niet goed samen. De kracht van initiatieven is dat bewoners zelf beslissingen nemen. Zodra je initiatieven te veel regels en criteria oplegt, verdwijnt de creativiteit en het enthousiasme, de motor achter het initiatief. Of zoals de Raad voor het openbaar bestuur het verwoord: Wanneer de overheid een taak loslaat, dan dient zij ook te accepteren dat de mensen of organisaties die de taak eventueel overnemen dat op een andere manier doen dan gewenst of verwacht.

Veel van de knelpunten die ontstaan zijn terug te leiden op het feit dat overheden een heel andere werkwijze hebben dan initiatieven. Overheden werken met regels en procedures. Bewoners daarentegen worden niet beperkt door vaststaande werkwijzen of een standaard aanpak. En dat is juist hun kracht. Ze beginnen vaak met het aanleggen van groen zonder ruimtelijke ontwerp, bestek of begroting. Intrinsieke motivatie, persoonlijke vertrouwensrelaties, ruimtelijke en sociale betrokkenheid en informele samenwerkingsverbanden vormen de kracht van burgerinitiatieven. Overheden moeten de verleiding weerstaan hun eigen spelregels en maatstaven toe te passen op initiatieven. Dus geen regels en procedures als uitgangspunt maar wel proces en dialoog, waarmee wordt geïnvesteerd in de relatie tussen burgerinitiatieven en overheden en in wederzijds begrip en vertrouwen.

“Ja maar, voor de hele gemeente gelden dezelfde regels, dus waarom zouden we hier een uitzondering maken.”

Overheden twijfelen soms aan het democratisch gehalte van initiatieven. Ze verwijten initiatiefnemers dat ze voornamelijk voor hun eigen belangen opkomen, en niet voldoende deskundigheid te hebben. Ook weegt voor een overheid het gelijk behandelen van burgers soms zwaarder dan het willen ondersteunen van een specifiek initiatief. Dit kan een valkuil zijn. Juist het accepteren van verschil is belangrijk. Bij het ruimte geven aan initiatieven gaat het erom unieke gevallen, uniek te behandelen en te vertrouwen in de meerwaarde die ontstaat.

Zie ook deze korte animatie.

Het filmpje geeft in een notendop weer dat burgerinitiatieven ook democratische waarden hebben en dat zij als participatieve vorm van democratie onze bestaande representatieve democratie goed kunnen aanvullen.

 

Hoe omgaan met continuïteit?

Continuïteit is een term die steeds weer bovendrijft in de discussie over bewonersinitiatieven. Waarom eigenlijk? Continuïteit refereert aan een ononderbroken samenhang en een onafgebroken duur. Als mensen zeggen dat ze continuïteit belangrijk vinden dan bedoelen ze dat een initiatief er over een jaar nog steeds is, dat iets wat gestart is ook doorgaat. Continuïteit kan ook betrekking hebben op een relatie met een partij of bijvoorbeeld de betrokkenheid van bewoners.

Wat soms gebeurt is dat de roep om continuïteit vanuit gemeenten leidt tot de bureaucratisering van initiatieven. De achterliggende vraag vanuit een gemeente is vaak: hoe waarborgt een initiatief de continuïteit? Deze vraag is deels terecht want gemeenten moeten investeringen verdedigen. En wie investeert er nu in iets dat over een half jaar al weer verdwenen is?

Continuïteit is daarom vaak een criterium voor een gemeente om een initiatief te steunen. Er worden randvoorwaarden opgesteld, bijvoorbeeld dat er een vast aanspreekpersoon is, dat er een vaste organisatiestructuur is, een uitgewerkt plan en een begroting. Voor initiatiefnemers is dit vaak niet gemakkelijk, want het garanderen van deze criteria is in de opstartfase van een initiatief bijna onmogelijk.

Te veel nadruk op continuïteit kan dus een barrière zijn om iets op te zetten. We leven tenslotte niet in een perfect wereld waar dingen nooit ophouden. Integendeel we leven in een tijd van tijdelijke structuren, waar mensen graag de vrijheid willen hebben om zich niet vast aan iets te binden. Allereerst is het belangrijk om na te gaan of continuïteit wel echt zo een belangrijk criterium is. In sommige gevallen is het wellicht belangrijker dat er een initiatief is, dan dat het eeuwig moet voortbestaan.

Daarnaast is het belangrijk zich te beseffen dat de continuïteit van bewonersinitiatieven steunt op inspiratie, enthousiasme en niet zo zeer op formele afspraken. Ook burgers willen continuïteit waarborgen, maar denken daar vaak pas later in het proces over na. Een van de initiatiefnemers van het Postzelgelpark Leusderweg verwoordde dit zo: “Initiatieven hebben in het begin heel veel toeloop. Na een tijdje, meestal twee jaar neemt het enthousiasme af en komt er een moment waarbij het van doorslaggevend belang is voor de voortgang dat er opnieuw mankracht en enthousiasme gemobiliseerd wordt.’’ Initiatiefnemers moeten dan inspirerende acties bedenken om het enthousiasme erin te houden. Op zo een moment helpt erkenning vanuit de gemeenten voor het werk van de initiatiefnemers.

Wat moet er veranderen in het ambtelijk apparaat?

Een nieuwe omgang met bewoners vraagt veel van ambtenaren: initiatieven aanmoedigen maar niet overnemen, mogelijke belemmeringen oplossen maar wel binnen wettelijke kaders. Ambtenaren dienen de omslag te maken van beleidsmakers naar procesmanagers. Kennis over procesbegeleiding en communicatievaardigheden worden belangrijker.

Maar in eerste instantie moeten ambtenaren open staan voor ideeën uit de samenleving. Daarbij moet de motivatie niet zijn dat de gemeente wil bezuinigingen. Gemeenten moeten initiatieven ondersteunen omdat ze erkennen dat politiek en bestuur de kennis en ervaring van burgers nodig hebben om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. In andere woorden om met bewoners samen te werken moet je ook daadwerkelijk geloven in het belang van de expertise en creativiteit van bewoners. Het helpt niet om te zeggen dat je open staat voor initiatief, om vervolgens niet mee te denken met voorstellen van bewoners.

Door bewonersinitiatieven ontstaan nieuwe en diverse vormen van groen, er wordt meer geïnvesteerd in het openbare groen en de projecten dragen bij aan de sociale cohesie van een buurt. Bovendien vergroot een samenwerking met bewoners het draagvlak voor het gemeentelijk beleid. Als je deze meerwaarde erkent dan heb je een sterk argument voor het steunen van initiatieven. Zie het rapport van IVN voor meer informatie over de meerwaarde van bewonersinitiatieven.

In feite is er een cultuuromslag nodig. De raad van het openbare bestuur verwoordt dit in zijn rapport Loslaten in vertrouwen, over een nieuwe houding tussen overheid en burgers zo: Ruimte geven aan de vitaliteit van de samenleving vraagt om een urgente en radicale paradigmashift in de functie, rol en werkwijze van de politiek, het bestuur en het ambtelijke apparaat.

Het is niets voor niets dat de Raad voor het openbaar bestuur uitdrukkelijk benadrukt dat de omslag moet plaats vinden op alle lagen in de politiek, bij het bestuur en in het ambtelijke apparaat. Nog al te vaak is het verhaal te horen dat mensen van stadsweken een mooi aangelegd tuin maaien omdat ze niet weten dat dit een buurtproject is. Of dat de politiek niet op de hoogte is van ontwikkelingen en initiatieven en dat deze door de gemeenteraad worden tegengehouden. Volksvertegenwoordigers, bestuurders, ambtenaren en uitvoerders moeten meebewegen. De nieuwe houding tegenover bewoners moet bekend zijn bij de verschillende afdelingen in een gemeente, ook bij juristen, communicatiemedewerkers en receptionisten.

“Ik ben erg geschrokken hoe zeer de mensen aan tafel meelopen in het regeltjespatroon.”
Zo kijkt een initiatiefnemer terug op een bespreking met ambtenaren over de mogelijkheden rond de inrichting van een buurttuin. “Ik heb hiervoor geen bestuurlijk opdracht” of “Ik kan niet van de regels afwijken” was het antwoord op voorstellen van de initiatiefnemers.

Het kan zijn dat een ambtenaar deze ruimte daadwerkelijk niet heeft. Het is daarom belangrijk om te beseffen dat als je als bestuur initiatieven wilt steunen, de ambtenaren ook ruimte moeten krijgen om van overheidsplannen en regels af te kunnen wijken.

 

Video's
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze activiteiten:
Inschrijven
Volg ons via social media en neem deel aan de discussie:
Wij worden gesteund door: Nationale Postcode Loterij en de Natuur en Milieufederatie Utrecht Utrecht
Wij hebben: CBF ANBI