Regie op ruimte

Geschreven door Joris Hogenboom op 02/09/2011

Op dit moment wordt in Nederland de overheidssturing in de ruimtelijke planning opnieuw vormgegeven: minister Schulz heeft de ontwerp-structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gepubliceerd. Ook de provincie Utrecht werkt aan een nieuwe toekomstvisie, met de provinciale structuurvisie ruimte. Met deze plannen wordt de decentralisatie van de ruimtelijke ordening concreet handen en voeten gegeven. Het Rijk trekt zich terug.

Met alle stoere taal over ruimte voor economische groei en mobiliteit zet de minister sturing op kwaliteit van ruimte en landschap overboord. De provincies staan voor de vraag: wat is aan ons, wat laten we aan de gemeenten. Het risico dat hier gaten gaan vallen is groot.

Voorbeeld

Een voorbeeld. Zo’n vier jaar geleden was het volop in het nieuws: de verrommeling van het landschap door wildgroei van bedrijventerreinen, met als gevolg overschot in het aanbod, leegstand en verpaupering op de terreinen en verspilling van groene ruimte. De landelijke politiek heeft zich de oproep van milieuorganisaties, planbureaus, architecten en ontwikkelaars aangetrokken. Er is nieuw beleid gemaakt en een Convenant bedrijventerreinen gesloten met de provincies en gemeenten. Landelijk zijn de behoefteramingen sterk teruggeschroefd. Gemeenten worden gedwongen de planning regionaal af te stemmen, in plaats van elkaar te beconcurreren met steeds weer nieuwe terreinen.

Het duurt een tijd voor dit soort afspraken tot een nieuwe aanpak in het veld leiden. In Utrecht maken gemeenten op dit moment regionale afspraken over beter benutten van bestaande terreinen, herstructurering, en de behoefte aan nieuwe terreinen. Samenwerking en afstemming staan voorop! Maar tegelijk zien we gemeenten bestemmingsplannen opstellen waarin nieuwe terreinen worden mogelijk gemaakt, terwijl de noodzaak daarvoor niet blijkt (Bunschoten) of niet goed is onderzocht (Leersum). De praktijk is blijkbaar weerbarstig.

Samenspel

Dit voorbeeld illustreert dat voor een zorgvuldig omgaan met de ruimte een subtiel samenspel van Rijk, provincie en gemeenten nodig is, waarbij ieder zijn rol heeft. Het Rijk forceerde een nieuwe koers en creëerde een gelijk speelveld voor alle provincies en gemeenten. De provincies vertalen dat naar een goede regionale, decentrale aanpak. De gemeenten vullen dat in voor concrete locaties.
Het voorbeeld illustreert ook dat deze we er niet zijn met deze theorie van een zorgvuldige planning. Die werkt in de praktijk alleen met goede regie, terugkoppeling en correctie waar nodig. Het Rijk moet toezien op een goede doorvertaling van de landelijke afspraken door de provincies. Controle van de provincies is nodig op de concrete plannen die gemeenten maken.
Zie de Utrechtse voorbeelden: het beleid werkt alleen wanneer de provincie de regionale afspraken kritisch tegen het licht houdt en optreedt waar deze niet worden nageleefd. Zonder deze controle en handhaving blijft het bij mooie voornemens en voeren we over een paar jaar opnieuw de discussie over verrommeling.

Bovenlokale regie

Dit is geen pleidooi voor postzegelplanologie door het Rijk. Ik ben het eens met minister Schulz dat gemeenten aan het roer moeten zitten van de ruimtelijke ordening. Maar ik denk ook dat daarbij bovenlokale regie nodig is om de bovenlokale belangen goed te borgen. Dat geldt voor de planning van bedrijventerreinen en woningbouw, behoud van de kwaliteit van het landelijk gebied, ontwikkelingen in de stadsrandzones, en zo verder. Wanneer het Rijk en de provincies zorgen voor de goede spelregels, en voor het handhaven van die spelregels, dan weten gemeenten waar ze aan toe zijn en hebben zij daarbinnen alle ruimte.
De Natuur en Milieufederaties hebben aangegeven hoe die zorgvuldige rolverdeling er voor een aantal onderwerpen uit kan zien. We hopen dat de Minister, Kamer en provincies hier hun voordeel mee doen!

Joris Hogenboom
Directeur NMU

Meer informatie?

Lees ontwerp-structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Lees meer over Utrechtse Provinciale Structuurvisie

Blogoverzicht


Tweets