Denk jij verder dan je eigen voordeur? En wil je je stem laten horen? Meld je dan aan als panellid bij de Groene Peiler!
Wil jij op de hoogte blijven? Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief!
Geschreven door Lot van Hooijdonk op 04/11/2011
Een paar weken geleden was ik op een VNG bijeenkomst. Het publiek bestond voornamelijk uit wethouders en andere bestuurders. ‘Loslaten’ was het buzz word. De overheid moet het niet allemaal zelf willen doen!
Een paar weken geleden was ik op een VNG bijeenkomst. Het publiek bestond voornamelijk uit wethouders en andere bestuurders. ‘Loslaten’ was het buzz word. De overheid moet het niet allemaal zelf willen doen!
Een treffende illustratie van de ontwikkeling in overheidsland. Men trekt zich terug op haar ‘kerntaken’. Je gaat erover of niet. De Utrechtse provinciale coalitie heeft er zelfs een deel van de titel van haar akkoord aan gewijd: ‘Focus’. Dat betekent behalve afstoten van thema’s, ook een passievere en minder ambitieuze opstelling.
Helemaal eens natuurlijk dat de overheid niet top down allerlei beleidsdoelen kan en moet opleggen. De dirigistische overheid is definitief passé. Maar… het nieuwe discours klinkt mij veel te veel in de oren als ‘over de schutting gooien’. Of niets doen. En dat kan nooit de bedoeling zijn.
Want kerntaken worden niet bepaald door natuurwetten. Ze zijn een politieke keuze! Beperken tot kerntaken zou een middel moeten zijn om effectiever te zijn op de overgebleven prioriteiten, en niet een heilig doel op zich. Als wij met z’n allen – in het stemhokje bijvoorbeeld – besluiten dat iets belangrijk is, dan maakt het niet uit of het een ‘officiële kerntaak’ is.
De overheid staat dan aan de lat. Want die is er voor aangenomen om het publieke belang te behartigen. De markt niet. Die kan een hele goede bijdrage leveren, maar nooit die publieke rol overnemen.
De vraag is wel hoe de overheid maatschappelijke doelen probeert te verwezenlijken. Dat is lang niet altijd door het dan maar zelf te gaan doen. Maar wel kleur bekennen en de nek uitsteken. Vóór duurzame energieopwekking bijvoorbeeld.
Dat betekent in ieder geval twee dingen. Ten eerste een speelveld creëren dat markt en burger stimuleert om zich maatschappelijk verantwoord te gedragen. Concreet: subsidies op fossiele energie afschaffen en restricties voor hernieuwbare energie wegnemen. Producten en diensten hun werkelijke (maatschappelijke) prijs geven.
Ten tweede betekent dat bondgenoten in de samenleving opzoeken en benutten om gewenste ontwikkelingen in gang te zetten. Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft deze vorm van sturing verder uitgewerkt in ‘Energieke samenleving’. Ik zie het als een overheid die surft op de golven van de samenleving en zo vooruitkomt.
Een mooie lakmoesproef in de provincie Utrecht is de doelstelling klimaatneutraal in 2040. Deze staat fier overeind en wordt breed gedeeld. Op weg naar 2040 is in 2020 het doel gesteld om 10% van de benodigde energie hernieuwbaar op te wekken. Bescheiden gezien de urgentie en het einddoel, en toch ambitieus, zoals de NMU heeft laten zien in haar rapport ‘Duurzaam opgewekt’.
Creëren Provinciale en Gedeputeerde Staten in de nieuwe Provinciale Structuurvisie gunstige omstandigheden voor energieproductie? Noemen ze duurzame energie een provinciaal belang? En durven ze gemeenten, ondernemers en bewoners te omarmen die aan de slag willen?
Loslaten of omarmen, dat is de vraag.
Lot van Hooijdonk, adjunct directeur NMU