Hoeveel bleker wordt de Utrechtse natuur?

Geschreven door Joris Hogenboom op 23/12/2011

Al meer dan een jaar wordt gesteggeld over de bezuinigingen van het kabinet op de natuur in Nederland. Deze zijn buiten alle proporties: er is 70% minder geld beschikbaar voor ontwikkeling en beheer van natuur.

Het afgelopen jaar is grondig beargumenteerd wat de gevolgen zijn van deze kaalslag:

  • De biodiversiteit in Nederland zal niet verbeteren zoals beoogd maar juist verder afnemen.
  • Er zal een grote kapitaalvernietiging plaatsvinden door het stoppen van half afgemaakte projecten zoals natuurverbindingen.
  • Nederland zal verder afraken van de in Europees verband afgesproken doelen en daardoor forse boetes oplopen.
  • En uiteindelijk zullen ook de gevolgen voor recreatie, toerisme, de gezondheid van Nederlanders en de economie merkbaar zijn.

Afbraakbeleid

Staatssecretaris Bleker toont zich echter op geen enkele manier gevoelig voor argumenten. Het gaat hem ook zeker niet alleen om het geld. Hij is bezig met een missie: de natuur een kopje kleiner maken. Dat blijkt ook de nieuwe natuurwet, waarin de bescherming van veel soorten wordt opgeheven, soorten als de das die de afgelopen jaren door veel inspanningen van natuurbeschermers en overheden net weer uit het dal zijn geklommen.

Deze missie lijkt misschien aardig voor boeren – en is overduidelijk ingestoken vanuit dat perspectief – maar zal uiteindelijk ook hen in de weg zitten. In ieder geval leiden zijn acties tot een grote polarisatie tussen natuur en landbouw. Terwijl de laatste jaren juist intensief werd samengewerkt in integrale gebiedsontwikkeling die voor beiden winst opleverde. Investeringen in het landelijk gebied komen tot stilstand. De motor achter kavelruil valt weg. Passend waterbeheer voor natuur én landbouw zal moeilijker te organiseren zijn. De versterking van agrarische structuur die op dit alles meelift vertraagt. En overleg zal plaatsmaken voor een juridische strijd.

Akkoord op losse schroeven

Het afgelopen jaar voerden de provincies en Bleker veel moeizame gesprekken over de bezuinigingen en de verschuiving van het natuurbeleid van het Rijk naar de provincies. Het onderhandelings­akkoord dat met veel hangen en wurgen tot stand is gekomen is de afgelopen weken besproken in alle provinciale staten.

De tussenstand is dat Friesland, Groningen, Drenthe en Brabant niet akkoord gaan. Flevoland heeft nog geen eindoordeel en wil mediation met Bleker over het geschil over het Oostvaarderswold. Groot struikelblok voor de provincies zijn de tekortschietende financiën. Maar ook is er steeds opnieuw onenigheid tussen Bleker en de provincies over de interpretatie van het akkoord. Gedeputeerde Munniksma van Drenthe – een van de onderhandelaars van de provincies – sprak van geschuif en keerde zich tegen het akkoord.

En Utrecht?

Provinciale Staten in Utrecht heeft het onderhandelingsakkoord geaccepteerd. Een aantal partijen deed dat met grote tegenzin. In een motie spraken alle partijen behalve de PVV hun zorgen uit over het tekort aan middelen.
Maar in het debat werd ook benadrukt dat de provincie verder wil met het Akkoord van Utrecht dat een half jaar geleden is gesloten met de landbouw- en natuurorganisaties. Waar het Rijk onvoldoende middelen biedt voor de uitvoering van dat Utrechtse natuurplan zal de provincie uit eigen middelen bijspringen.

De manier waarop dit kabinet omspringt met natuur is onverantwoord, onbetrouwbaar en op veel fronten kortzichtig. De concrete effecten daarvan zullen we de komende jaren ondervinden. Het zou geweldig zijn wanneer door de tegenstem van 4 of 5 provincies de pijn nog wordt verzacht, maar veel ruimte zal Bleker niet bieden. En dan wordt het hoog tijd dat we in Utrecht de handschoen weer oppakken na de impasse van een jaar. Het werk in de gebieden is nagenoeg stil komen te liggen. We moeten weer aan de slag! Zodat Utrecht niet bleker maar groener wordt.

Blogoverzicht


Tweets