Harmke van Dam nam afscheid van NMU met ‘Water boven water’

16/02/2012 - ‘Water in ruimtelijke ontwikkelingen', dat was het thema van het mini-symposium op 9 februari ter gelegenheid van het afscheid van Harmke van Dam. Maar liefst 19 jaar lang werkte Harmke bij de Natuur en Milieufederatie Utrecht, en al die jaren werden haar werkzaamheden gedomineerd door het thema water.

Het symposium maakte duidelijk dat we klimaatadaptatie zichtbaarder moeten maken, dat we moeten werken aan het gevoel van urgentie, en dat we de lange termijn kosten en baten moeten meenemen in ruimtelijke beslissingen.

Water is leuk

Harmke nodigde op het minisymposium een groot deel van haar netwerk uit. Ze koos een thema waarvan ze vindt dat het in de dagelijkse praktijk te weinig aandacht krijgt: water in ruimtelijke ontwikkelingen. Volgens Harmke onderkennen partijen het belang wel, maar als het erop aankomt vergeet men het in projecten mee te nemen. In haar speech gaf Harmke aan dat er veel meer kan dan alleen technische oplossingen: “Water is niet lastig... water is ook leuk en geeft meerwaarde aan de leefomgeving. Als je dat standaard meeneemt in de ideevorming over projecten en ontwikkelingen, kan het slimmer, leuker, en goedkoper. Je kunt zo meerdere doelen combineren”.

Download de presentatie van Harmke (pdf, 250 kb).

Download de inleiding van Harmke (pdf, 100 kb).

Hasse Goosen (Alterra) gaf in zijn inleiding aan dat er veel instrumenten, pilotprojecten en goede voorbeelden zijn, maar dat we desondanks nog niet helemaal goed zijn voorbereid op de effecten van klimaatverandering: “We doen niet zozeer te weinig, maar er kan zoveel meer. Daarvoor zijn stevige ambities en een gevoel van urgentie nodig”.

Download de presentatie van Hasse Goossen (pdf, 3,5MB).

Erwin Rebergen (gemeente Utrecht) werkt daaraan als beheerder grond- en oppervlaktewater in zijn stad. Dat gaat soms goed, maar soms ook niet. Kritische succesfactoren zijn volgens hem het vroegtijdig betrekken van 'waterambtenaren' bij plannen, een duidelijk gedragen watervisie die voor eenieder begrijpelijk is, en voldoende deskundigheid en mandaat aan tafel. En nóg beter wordt het als water een (financiële) meerwaarde oplevert voor de ontwikkelaars.

Download de presentatie van Erwin Rebergen (pdf, 2 MB).

"Ver van je bed"

In de paneldiscussie schoven naast Goosen en Rebergen ook Marjan Brouwer, Jack van Rens en Joris Hogenboom aan. Brouwer is lid van het dagelijks bestuur van Waterschap Vallei & Eem. Zij was Statenlid toen de locatiekeuze voor de Utrechtse uitbreidingswijk Rijnenburg speelde: "In PS was er breed draagvlak dat je hier eigenlijk niet zou moeten bouwen, met name vanwege het water. Het besluit is toch genomen. En nu zitten we al 15 jaar met een onoplosbaar probleem". Echt sturend voor de ruimtelijke ordening is water volgens haar dus niet.

Volgens projectontwikkelaar Jack van Rens (Skope Vastgoed) is klimaatadaptatie voor veel mensen een vrij abstracte discussie en ver van hun bed: "Voor water hebben ze nu eenmaal de gemeente en het waterschap. Waterproblemen los je op met riolen en dijken. Voor de consument is het minder een issue omdat je het waterschap niet echt in je portemonnee voelt. Dat is bij energie meer het geval". Van Rens stelt dat ontwikkelaars in het algemeen alleen extra dingen doen als het moet en/of als het geld oplevert.

NMU directeur Joris Hogenboom weet uit ervaring met eigen projecten dat het zelfs voor sommige deskundigen een lastig en abstract thema is: "En we weten nog niet goed hoe de toekomst zal lopen. We moeten klimaatverandering meer tastbaar maken. Er is een andere rationaliteit in de besluitvorming nodig". Dat blijkt ook later in de discussie als wordt gesteld dat plannen en gebiedsontwikkeling een horizon hebben van bijvoorbeeld 50 jaar en investeringsbeslissingen 20 jaar. Bij gevolgen van klimaatverandering hebben we het over veel langere termijnen. Hasse Goosen: "We nemen de maatschappelijke kosten van de langere termijn niet mee in de grondexploitatie en dus ook niet in de beslissingen en oplossingen. Daar zit de crux van het probleem!"

Joris Hogenboom ziet daar een taak voor de waterschappen. Volgens Marjan Brouwer proberen ze dat bij Vallei & Eem ook steeds meer zo te doen: "We nemen bijvoorbeeld meer ruimtelijke ordening-mensen in dienst. Die moeten een brug slaan tussen de technische mensen van het waterschap en de politiek en besluitennemers".

Erwin Rebergen merkt dat hij intern bij de gemeente soms eenzelfde soort ‘strijd’ moet leveren om zich met ruimtelijke plannen te bemoeien. Hij vindt dat ontwerpers anders moeten gaan werken, dat water bij hen meer 'in de genen' moet gaan zitten.

Watertoets

De laatste stelling in de paneldiscussie komt van Harmke van Dam zelf: “Een laagdrempelige simpele checklist voor de verschillende fasen van planvorming zal helpen onderhandelaars en besluitennemers actiever te krijgen”.
In de zaal is er de nodige twijfel of dit het meest geschikte middel is. Sommigen beweren dat de omslag in het denken vooral tijd nodig heeft, anderen willen geen simpele maar juist een heel uitgebreide checklist om echt goede beslissingen te kunnen nemen. “Dus een soort water-toets plus…”.
Een ander beweert dat zo’n checklist ook controle en monitoring in zich moet hebben, “…zodat we echt blijven vasthouden aan een gekozen richting en niets steeds water bij de wijn gaan doen'”. Erwin Rebergen noemt een voorbeeld uit Utrecht: “Bij de bouw van Leidsche Rijn zaten er permanent twee mensen van het waterschap in de bouwkeet te werken. Dat heeft goed gewerkt”.
Jack van Rens noemt tenslotte ook nog het belang van het betrekken van bewoners. Goede bedoelingen kunnen uiteindelijk toch nog sneuvelen als de eindgebruikers, de bewoners, niet meewerken. Als voorbeeld noemt hij een nieuwbouwproject waarbij hemelwater afgekoppeld werd en in de tuin gedraineerd: “De bewoners wilden geen natte tuin en hebben de regenpijpen zelf weer losgehaald”.

Alle vijf de panelleden komen met een positief getinte nabrander: “Zoek en benut alle kansen”, “We moeten niet te somber doen, het gaat de goede kant op…!”. en “Maak water toch vooral leuk, gezellig en bruikbaar!”
Zeker in die laatste opmerking konden alle aanwezigen zich vinden.

Meer informatie?

Meer info bij Marcel Blom, m.blom@nmu.nl of 030 2567359
 



Tweets